Inleiding
In onze maatschappij is niet alleen het analytisch denken van belang, maar zeker ook de ontwikkeling van het creatief denken. Verbeelden, beeldend en creatief denken en werken, geven een extra dimensie aan de ontwikkeling van onze leerlingen. Er worden andere invalshoeken aan de manier van denken, praten en communiceren geboden.
Kunst- en cultuuronderwijs leveren een belangrijke bijdrage aan een bredere vorming van de leerlingen.

Mavo | havo | vwo
MAVO: gericht op het praktisch werken aan de opdrachten waarvoor twee lesuren beschikbaar zijn.
Hierbij wordt geen methode gebruikt: zo staat het 'doen' voorop.
HAVO/VWO: De leerlingen krijgen een blokuur beeldende vorming per week. In de lessen wordt met enige regelmaat gebruik gemaakt van de methode Tekenen in Zicht. Het boek wordt als een naslagwerk gehanteerd naast een vakleerplan dat binnen de sectie ontwikkeld is.Tekenen in Zicht is een kijk-, lees- en doeboek waar de leerlingen ervaren dat er op allerlei manieren naar schilderijen en tekeningen gekeken kan worden. Er komt steeds een bepaald kenmerk van een schilderij of tekening aan de orde. Zo maakt de leerling kennis met de effecten van vorm, structuur, kleur, ruimte, licht en compositie in schilderijen. Er worden kunstwerken getoond waar de genoemde kenmerken duidelijk in terug te vinden zijn.

Onderbouw | bovenbouw
MAVO: in de lessen maken de leerlingen in de brugklas kennis met enige basisinformatie rond het beeldend vormen. Er wordt gewerkt met de thema's Kleur, Structuur, Vorm en Compositie. De opgedane kennis wordt direct toegepast in de verschillende teken- en handvaardigheid opdrachten. Hiernaast wordt er ook aan andere thema's gewerkt, waarbij de leerlingen kennis maken met allerlei technieken, materialen en gereedschappen. In de tweede klas gaan de leerlingen met de opgedane basiskennis aan het werk. Door het opnieuw toepassen van deze kennis ervaren de leerlingen dat beeldende problemen makkelijker op te lossen zijn. Door het verschil in werktempo wordt er in de les aan verschillende opdrachten gewerkt. Op deze manier kan een leerling in zijn eigen tempo doorwerken. De leerlingen worden gestimuleerd om hierbij ook uitleg aan elkaar te geven.
HAVO/VWO: het vak beeldende vorming wordt in klas 1 t/m 3 gegeven.
In de onderbouw staat het leren door doen voorop. Er wordt ervaring opgedaan in het hanteren van diverse materialen en technieken.
De leerlingen werken aan gerichte opdrachten waarbij de uitdrukkingsvaardigheden, het waarnemingsvermogen, het voorstellingsvermogen en de fantasie verder worden ontwikkeld. Er komen verschillende beeldaspecten aan de orde zoals vorm, structuur, kleur, licht, lijn, ruimte en compositie. De leerlingen krijgen inzicht in de functies en betekenis van beelden in de samenleving door eigen werk in relatie tot dat van anderen te beschouwen. Er wordt voornamelijk in het platte vlak gewerkt. In het eerst leerjaar ligt de nadruk op de beeldtaal zelf. Ervaringen, gevoelens, ideeën en meningen worden zichtbaar gemaakt in het eigen werk. In het tweede leerjaar wordt de leerling gestimuleerd om creatief gebruik te maken van de beeldende middelen binnen de opdrachten, waarbij waarneming voorop staat ( o.a. stofuitdrukking, realisme en ruimte). In het derde leerjaar komt de nadruk te liggen op reclame en grafisch beeldmateriaal. Hierbij komt emotionele- en signaalwerking van kleur en vorm, letters en abstraheren aan de orde.

Bijzonderheden
MAVO: er zijn leerlingen die van zichzelf vinden dat ze niet kunnen tekenen. Net als bij andere vakken zullen zij ervaren dat veel oefenen tot betere resultaten leidt.
HAVO/VWO: de leerlingen gaan volgens instructie te werk, waarbij ook ruimte blijft voor experimenten. Er komen onderwerpen aan de orde die vakoverschrijdend zijn en hiermee een bijdrage leveren aan het leggen van relaties tussen de verschillende vakgebieden.

Docenten
Mevr. M. Ammerlaan
ene@isw.info
Mevr. S. Bakker
bkk@isw.info
Mevr. I. Bouckaert
bkt@isw.info
Mevr. P. Olsthoorn
oln@isw.info
Dhr. J. van Wijk van Brievingh
wbh@isw.info